De Tweede Kamer wil ondernemingen verplichten tot een wereldwijde zorgplicht ter vermijding van kinderarbeid.

  • von Wouter Timmermans
  • 22 Nov, 2017

De Tweede Kamer heeft in februari 2017 een wet over een zorgplicht ter vermijding van kinderarbeid aangenomen. De Eerste Kamer beslist binnenkort of deze wet op 1 januari 2020 in kracht zal treden.

De wetgever wil met deze wet de inzet van kinderarbeid bij de vervaardiging van producten en het uitvoeren van diensten tegenwerken. Alle Nederlandse en buitenlandse ondernemingen, die goederen of diensten aan Nederlandse eindgebruikers aanbieden, zullen onder de reikwijdte van deze wet vallen. Hierbij speelt het geen rol of de eindgebruiker een onderneming of een consument is.

Volgens het wetsontwerp dienen in beginsel alle ondernemingen een “verklaring” in te dienen bij (waarschijnlijk) de Autoriteit Consument & Markt. Uit deze verklaring moet blijken dat de ondernemingen doeltreffende maatregelen zullen nemen om kinderarbeid te voorkomen. Om dit doel te bereiken moeten de ondernemingen een onderzoek verrichten en hierbij gepaste zorgvuldigheid betrachten. Mocht door het onderzoek een redelijk vermoeden van kinderarbeid ontstaan, dan moet een “actieplan” worden opgesteld en uitgevoerd teneinde de kinderarbeid niet meer te laten plaatsvinden. Goederen of diensten, die reeds door kinderarbeid vervaardigd zijn, hoeven niet uit de handel te worden genomen.

De verklaring van gepaste zorgvuldigheid wordt door iedere onderneming slechts één keer afgegeven en het is afdoende wanneer de verklaring slechts uit één zin bestaat. De regering heeft de bevoegdheid om verdere eisen aan de verklaring te stellen, maar deze heeft daar tot nu toe nog geen gebruik van gemaakt. Waarschijnlijk zal de regering bij of krachtens algemene maatregel van bestuur in de toekomst verdere eisen aan het actieplan gaan stellen zoals een specifiek actieplan voor een bepaalde branche. Een branchespecifiek actieplan zal door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking onder begeleiding van NGO´s en brancheorganisaties worden samengesteld. Volgens de regering zullen hiertoe branchespecifieke rondetafelconferenties georganiseerd worden.

Zowel ondernemingen als natuurlijke personen wiens belangen zijn geraakt, kunnen bezwaar indienen. De toezichthouder is bevoegd om ondernemingen aanwijzingen te geven en boetes op te leggen. De boetes kunnen oplopen tot maximaal € 820.000,- en in bijzondere gevallen tot 10% van de jaaromzet. Bestuurders dienen bij herhaaldelijke overtredingen met strafrechtelijke consequenties rekening te houden.

Het wetsontwerp voorziet in de mogelijkheid dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde categorieën van ondernemingen worden vrijgesteld. De regering wil door middel van deze vrijstellingsmogelijkheid het proportionaliteitsbeginsel handhaven.

De zorgplicht heeft een tweevoudig extraterritoriaal karakter. Ten eerste betreft het ook kinderarbeid, die in het deel van de productieketen buiten Nederland plaatsvindt. Ten tweede geldt de zorgplicht ook voor buitenlandse ondernemingen die aan Nederlandse ondernemingen of consumenten leveren.

De wet is niet primair bedoeld om personen en concurrerende ondernemingen mogelijkheden te bieden civiel- of strafrechtelijk tegen overtredende ondernemingen op te treden.

De wet zal in het jaar 2020 in werking treden. Tenminste als de Eerste Kamer met deze wet instemt.

Op 3 oktober 2017 hebben 22 Nederlandse ondernemingen, waaronder Heineken, Fairphone en Nestlé in een open brief aan de Kamer hun onvoorwaardelijke steun voor het wetsontwerp uitgesproken. De ondernemingen zijn voorstander van het snel in werking treden van de wet zodat kinderarbeid uiterlijk in 2025 is afgeschaft, conform het Social Development Goal 8 van de Verenigde Naties.

Share by: