De vernietiging van een gebrekkig gemotiveerd arbitraal vonnis

  • von Wouter Timmermans
  • 30 Apr, 2017

Advocatenkantoor Grabosch Timmermans heeft een Duitse zakelijke cliënt bijgestaan in een geschil omtrent open declaraties van een Amsterdams advocatenkantoor. De Duitse cliënt vond onder meer dat er geen opdracht was gegeven om bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Deze werkzaamheden werden echter wel in rekening gebracht. De Duitse cliënt was daarom niet voornemens de declaraties van het Amsterdamse advocatenkantoor te betalen. Het Amsterdamse advocatenkantoor is aangesloten bij de Geschillencommissie Advocatuur en heeft daarop een arbitrageprocedure gestart en daarin betaling van de openstaande declaraties gevorderd.

Het voordeel van een procedure voor de Geschillencommissie Advocatuur is dat het doorgaans goedkoper is dan het opstarten van een langdurige civiele procedure. Het nadeel is dat de Geschillencommissie Advocatuur, anders dan de civiele rechter niet zo zeer aan de hand van het duidelijke Nederlandse recht tot een beslissing komt, maar beslist naar redelijkheid en billijkheid. Een ander nadeel is dat er in beginsel geen mogelijkheid bestaat appel in te stellen tegen de uitspraak. Een arbitraal vonnis van de Geschillencommissie Advocatuur is dus in de regel zeer moeilijk aan te tasten.

De Geschillencommissie Advocatuur heeft vervolgens de vordering van het Amsterdams advocatenkantoor grotendeels toegewezen. Daarop heeft de Duitse cliënt tijdig een procedure tot partiële vernietiging van het arbitrale vonnis bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gestart. Dit is geen verkapt hoger beroep, omdat het Gerechtshof niet inhoudelijk de zaak beoordeelt, maar deze slechts marginaal toetst. Uit vaste jurisprudentie volgt dat de civiele rechter zich veelal terughoudend opstelt en een arbitraal vonnis niet snel zal vernietigen. De gronden tot vernietiging zijn beperkt en staan in artikel 1065, lid 1 Rv opgesomd.

Vernietiging kan slechts plaatsvinden op een of meer van de navolgende gronden:

a.  een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt;

b.  het scheidsgerecht is in strijd met de daarvoor geldende regelen samengesteld;

c.  het scheidsgerecht heeft zich niet aan zijn opdracht gehouden;

d. het vonnis is niet overeenkomstig het in artikel 1057 bepaalde ondertekend of niet met redenen omkleed;

e. het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, strijdt met de openbare orde of de goede zeden.

De Duitse cliënt heeft onder meer een beroep gedaan op artikel 1065, lid 1, onder d Rv. Uit de arresten HR 9 januari 2004 (ECLI:HR:2004:AK8380, Nannini/SFT-bank ) en HR 22 december 2006 (ECLI:HR:2006:AZ1593, Kers/Rijpma ) blijkt dat de vernietiging op deze grond ook mogelijk is indien het vonnis zo gebrekkig is gemotiveerd, dat het met een geheel ongemotiveerd vonnis op één lijn moet worden gesteld. Tevens blijkt uit deze arresten dat een overheidsrechter slechts in sprekende gevallen dient in te grijpen in arbitrale beslissingen. Dit wordt ook wel het Nannini-criterium genoemd.

In de procedure voor de Geschillencommissie Advocatuur heeft de Duitse cliënt tegen bijna elke declaratiepost specifiek inhoudelijk verweer gevoerd. De Geschillencommissie Advocatuur is in het arbitrale vonnis evenwel niet adequaat op deze specifieke verweren ingegaan, zodat het het Gerechtshof niet duidelijk is waarom het Amsterdamse advocatenkantoor recht heeft op de daarmee samenhangende bedragen.

Nu de motivering op dit punt geen steekhoudend argument bevat en het een centraal discussiepunt in de procedure voor de Geschillencommissie betreft, gaat het hier volgens het Gerechtshof om een sprekend motiveringsgebrek, waaraan doorslaggevende betekenis toekomt. Het arbitraal vonnis staat daarmee op één lijn met een ongemotiveerd vonnis.

Het Gerechtshof heeft het arbitrale vonnis van de Geschillencommissie Advocatuur daarom vernietigd voor zover de vordering van het Amsterdamse advocatenkantoor daarbij is toegewezen. Voorts is het Amsterdamse advocatenkantoor veroordeeld om de Duitse cliënt de proces- en nakosten te vergoeden.

Het onderhavige arrest (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 18 april 2017, zaaknummer 200.192,676) past in een reeks van arresten waarin de zogenaamde Nannini-norm succesvol is toegepast.

 

Share by: